Bedrog 1986

de-uitgeverij
Harold Pinter (1930) schreef Betrayal (Bedrog) in 1978 naar aanleiding van hoogstpersoonlijke ervaring met overspel. Hij kende het onderwerp driehoeksverhoudingen uit eigen praktijk. En in eerder werk van Pinter zijn seksualiteit en overspel ook al aan de orde.
Pinter had tijdens zijn rumoerige huwelijk met Vivien jarenlang een relatie met Joan Bakewell, televisie-presentatrice. Deze driehoeksverhouding duurde van 1962 tot 1969. Het was deze affaire die in 1978 leidde tot het schrijven van Bedrog. De première van Bedrog vond plaats in 1978, in regie van Peter Hall.

Het staat ieder vrij  in BEDROG op symbolenjacht te gaan. Maar het is zeer de vraag of iemand verder komt dan de alledaagsheid van het gegeven. Drie mensen in hun dertiger jaren zijn op velerlei wijze met bedrog bezig in hun onderl inge verhoudingen.
“Bedrog” in burgerlijke zin opgevat: je partner seksueel ontrouw zijn. Pinter heeft onder deze eerste laag van het simpele” bedrog een patroon geweven van kleine, maar soms verstrekkende bedriegerijen: halve waarheden , dubbelzinnigheden, onvolledige bekentenissen en misverstanden . Ook zakelijke belangen spelen een verhullende rol.

Zo kunnen drie personages het nog knap ingewikkeld maken. De personages lijken hun echte gevoel consequent te verbergen. Is dat zo? Zijn ze op sommige momenten niet eventjes eerlijk? Maar welke dan? En is een van de drie de “kleinste bedrieger” ? Of zijn ze aan elkaar gewaagd? Er is een veelvoud aan interpretaties mogelijk. Pinter dwingt de toeschouwer niet in een richting.